Ik kan iedereen gelukkiger maken, dacht een zelfverzekerde Britse professor afgelopen week. Nadat zijn eerste massa-experiment via Twitter enigszins mislukte, was hij ditmaal gedoemd om succesvol te zijn. Deze keer deden er zo'n 26.000 mensen mee, bijna 4 keer zoveel als de eerste keer. De professor slaagde erin om iedereen elke dag allerlei oefeningen te laten doen. Zo kreeg een paar mensen de opdracht om meer te lachen en deelde een ander groepje welgemeende complimentjes uit. Ik moest elke dag dankbaar zijn voor de kleine dingen om me heen.
Dat bleek een ideale oefening voor mij. Als net beginnende freelancer had ik net aan alle interessante tijdschriften e-mails gestuurd met spannende ideeën en voorbeeldartikelen. Niemand reageerde. Gelukkig lieten drie kranten wel wat van zich horen. Over een paar dagen begin ik eindelijk met mijn eerste opdracht. Toch was ik mezelf allerminst dankbaar. Gelukkig hoefde dat ook niet van de Britse geluksgoeroe. Van hem moest ik juist dankbaar zijn voor goede vrienden, een fijne relatie, lieve familie, een goede gezondheid, een dak boven m’n hoofd en eten op tafel.
En dat werkte. Door vaker stil te staan bij de gewoonste zaken van de wereld, werd ik vanzelf blijer. En dat bleek niet alleen voor mij te gelden, las ik vanmorgen op Twitter, maar ook voor alle andere 25.999 deelnemers. “Komt dat nou echt door dat experiment?”, vroeg een bijdehante journalist van de Times. Natuurlijk kon de Brit daar niet zomaar "ja" op zeggen, want geluk kan immers ook komen door de zon die schijnt of door andere mooie dingen in de wereld.
Toch zou ik nog gelukkiger zijn als ik meer werk had, blijkt uit onderzoek dat Motivaction 2 jaar geleden deed. Werken en alles wat dat meebrengt aan beroepsplezier, geld, aanzien en sociale contacten, draagt bij aan geluk. In het bijzonder bij vrouwen. Maar wat volgens Motivaction nog meer helpt, is "een flinke dosis optimisme".
In de paar dagen die ik nog heb voordat m'n eerste klus begint, kan ik - vol optimisme - nog altijd de andere tips van dezelfde Britse professor opvolgen. Die had hij een maand geleden toevallig al laten drukken in het zelfhulpboekje “59 seconds” (dat toevallig ook net in de aanbieding is). Hierin staan tips waarvan pas "echt" wetenschappelijk is aangetoond dat ze je gelukkiger maken. De grappigste vind ik: aai vaker een hond. Maar ook: luister niet naar het nieuws. En: loop 20 minuten in de zon. Die drie tips ga ik vandaag maar eens opvolgen. Ik moet alleen nog even wachten, want het regent in Amsterdam.
woensdag 12 augustus 2009
woensdag 5 augustus 2009
Bikram yoga
Bah, wat een stank. Dat was mijn eerste observatie toen ik het pand aan de Ceintuurbaan binnenkwam. Het rook er ontzettend naar zweet. De twee mannen achter de balie hadden het dan ook erg warm, want ze droegen niet meer dan een piepklein zwembroekje. Ik voelde me meteen in een andere wereld.
Heb jij ooit wel eens anderhalf uur lang bij 40 graden Celcius doorgebracht? Vast wel, op een snikhete vakantiedag ergens in de tropen. Of tijdens een enthousiaste dag in de sauna wellicht. Best goed vol te houden. Ook anderhalf uur sporten heb je vast wel eens gedaan. Dat was eigenlijk ook prima te doen - al had je achteraf vast spierpijn.
Bikram yoga is niets van dat alles. Je zweet zoveel dat je je eigen lichaam niet meer herkent en je hart klopt zo hard dat je bijna flauwvalt. Toch leidt deze uitputtingsslag tot een enorme voldoening en voelt je lichaam de volgende dag zo uitgerekt dat je nergens spierpijn meer hebt. Helaas was dat effect bij mij de tweede keer al minder. En de derde keer werd ik zelfs ziek.
Toen ben ik me gaan afvragen of Bikram yoga wel zo gezond is. Volgens kenners moet het per se 40 graden zijn, omdat de bedenker – meneer Bikram - in zo’n klimaat is geboren. Van meneer Bikram moet het dus overal precies even heet zijn als in zijn geboortestad Calcutta (India). En dat vindt hij fijn, want daardoor kun je je spieren ineens verder rekken en strekken dan ooit. Zelfs zo ver dat het gevaarlijk is, vinden sommige Indiase yoga experts. Volgens hen kan yoga nooit zo bedoeld zijn, omdat de hitte eerder stress dan ontspanning oplevert.
Toch zou je het ook zo kunnen zien: als je af en toe iets nieuws probeert, dan leef je langer! Dat bewees professor Marian Diamond van de University of California door ratten in een lab jarenlang door nieuwe doolhofjes te laten rennen. Daardoor leefden de beestjes maar liefst 50 procent langer. Een soortgelijk effect vind je ook bij mensen. En wel wanneer we onszelf uitdagen: als we op reis gaan, een nieuwe taal leren, een kunstwerk maken.... En volgens de theorie van mevrouw van Hoof past in dat rijtje ook: één keer in je leven een proeflesje Bikram yoga doen. Tegenwoordig kan dat gratis in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.
Heb jij ooit wel eens anderhalf uur lang bij 40 graden Celcius doorgebracht? Vast wel, op een snikhete vakantiedag ergens in de tropen. Of tijdens een enthousiaste dag in de sauna wellicht. Best goed vol te houden. Ook anderhalf uur sporten heb je vast wel eens gedaan. Dat was eigenlijk ook prima te doen - al had je achteraf vast spierpijn.
Bikram yoga is niets van dat alles. Je zweet zoveel dat je je eigen lichaam niet meer herkent en je hart klopt zo hard dat je bijna flauwvalt. Toch leidt deze uitputtingsslag tot een enorme voldoening en voelt je lichaam de volgende dag zo uitgerekt dat je nergens spierpijn meer hebt. Helaas was dat effect bij mij de tweede keer al minder. En de derde keer werd ik zelfs ziek.
Toen ben ik me gaan afvragen of Bikram yoga wel zo gezond is. Volgens kenners moet het per se 40 graden zijn, omdat de bedenker – meneer Bikram - in zo’n klimaat is geboren. Van meneer Bikram moet het dus overal precies even heet zijn als in zijn geboortestad Calcutta (India). En dat vindt hij fijn, want daardoor kun je je spieren ineens verder rekken en strekken dan ooit. Zelfs zo ver dat het gevaarlijk is, vinden sommige Indiase yoga experts. Volgens hen kan yoga nooit zo bedoeld zijn, omdat de hitte eerder stress dan ontspanning oplevert.
Toch zou je het ook zo kunnen zien: als je af en toe iets nieuws probeert, dan leef je langer! Dat bewees professor Marian Diamond van de University of California door ratten in een lab jarenlang door nieuwe doolhofjes te laten rennen. Daardoor leefden de beestjes maar liefst 50 procent langer. Een soortgelijk effect vind je ook bij mensen. En wel wanneer we onszelf uitdagen: als we op reis gaan, een nieuwe taal leren, een kunstwerk maken.... En volgens de theorie van mevrouw van Hoof past in dat rijtje ook: één keer in je leven een proeflesje Bikram yoga doen. Tegenwoordig kan dat gratis in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.
Labels:
beweging,
gezond,
langerleven,
yoga
vrijdag 24 juli 2009
"Welkom op het grootste roddelplatform ter wereld", schreef mijn huisgenoot M. vandaag. Het was het allereerste berichtje dat ik via Twitter ontving. Vandaag ben ik overstag gegaan. Nu kan ik de hele wereld in 140 tekens laten weten wat ik aan het doen ben. Handig, want dat kon ik tot nu toe alleen maar met LinkedIn, Plaxo, Hi5, MySpace, Facebook en Hyves. En er zijn nooit genoeg sociale netwerken.
Twitter is zelfs zo sociaal dat ik nu vriendjes ben met prins Willem-Alexander. Ik hoop dat hij op zijn Twitter-pagina eens over gewone mensen-dingen schrijft. Bijvoorbeeld dat hij zijn mobiele telefoon per ongeluk in een theeglas heeft gegooid ofzoiets. Vrijwel direct kreeg ik een e-mail van W-A zelf! Hij wilde ook graag op de hoogte gehouden worden van mijn leven! Dat vond ik best raar, want de prins heeft vast iets beters te doen dan een boerinnetje in Amsterdam volgen. En dat blijkt ook zo te zijn. De pagina van W-A wordt geschreven door een nep-prins. Jammer!
Toch is Twitter best interessant. Er staan heel veel leuke nieuwtjes op, die je anders makkelijk gemist zou kunnen hebben. En die informatie blijft maar groeien. In april dit jaar twitterden al 0,25 miljoen mensen in Nederland. Nou ja al, Hyves (6 miljoen), Facebook (1,3 miljoen) en LinkedIn (0,9 miljoen) zijn nog altijd veel populairder.
Inmiddels heeft ook de wetenschap Twitter ontdekt: wetenschappers proberen internet namelijk al jarenlang te gebruiken voor massa-experimenten. In het allereerste Twitter-experiment dat vorige maand plaatsvond, onderzocht een Britse professor of Remote Viewing bestaat. Dit is de kunst om verre locaties te zien door iemand anders ogen. Paranormaal begaafde mensen zeggen namelijk dat ze dat kunnen. De sceptische professor vroeg daarom elke dag aan meer dan 7000 Twitteraars - die zich voor het onderzoek hadden aangemeld - waar hij precies naar aan het kijken was. Van de paranormaal gelovigen zei 31 procent dat ze dat wel konden aanvoelen. Maar uiteindelijk hadden ze het allemaal he-le-maal fout. "Remote viewing" bestaat dus helemaal niet, het is een illusie, concludeerde de Brit. Toch vinden critici dat hij wetenschappelijk gezien niets heeft bewezen. Twitteraars kunnen immers alle antwoorden al zien voordat ze zelf antwoord geven. En doordat ze elkaar beïnvloeden, slaat het experiment statistisch gezien helemaal nergens op.
Toch kan ikzelf niet wachten op het eerste wetenschappelijk verantwoorde massa-experiment dat met Twitter wordt gedaan. Voorlopig blijf ik dus een Twitter-gelovige. En vriendjes met de prins, je weet immmers maar nooit.
Twitter is zelfs zo sociaal dat ik nu vriendjes ben met prins Willem-Alexander. Ik hoop dat hij op zijn Twitter-pagina eens over gewone mensen-dingen schrijft. Bijvoorbeeld dat hij zijn mobiele telefoon per ongeluk in een theeglas heeft gegooid ofzoiets. Vrijwel direct kreeg ik een e-mail van W-A zelf! Hij wilde ook graag op de hoogte gehouden worden van mijn leven! Dat vond ik best raar, want de prins heeft vast iets beters te doen dan een boerinnetje in Amsterdam volgen. En dat blijkt ook zo te zijn. De pagina van W-A wordt geschreven door een nep-prins. Jammer!
Toch is Twitter best interessant. Er staan heel veel leuke nieuwtjes op, die je anders makkelijk gemist zou kunnen hebben. En die informatie blijft maar groeien. In april dit jaar twitterden al 0,25 miljoen mensen in Nederland. Nou ja al, Hyves (6 miljoen), Facebook (1,3 miljoen) en LinkedIn (0,9 miljoen) zijn nog altijd veel populairder.
Inmiddels heeft ook de wetenschap Twitter ontdekt: wetenschappers proberen internet namelijk al jarenlang te gebruiken voor massa-experimenten. In het allereerste Twitter-experiment dat vorige maand plaatsvond, onderzocht een Britse professor of Remote Viewing bestaat. Dit is de kunst om verre locaties te zien door iemand anders ogen. Paranormaal begaafde mensen zeggen namelijk dat ze dat kunnen. De sceptische professor vroeg daarom elke dag aan meer dan 7000 Twitteraars - die zich voor het onderzoek hadden aangemeld - waar hij precies naar aan het kijken was. Van de paranormaal gelovigen zei 31 procent dat ze dat wel konden aanvoelen. Maar uiteindelijk hadden ze het allemaal he-le-maal fout. "Remote viewing" bestaat dus helemaal niet, het is een illusie, concludeerde de Brit. Toch vinden critici dat hij wetenschappelijk gezien niets heeft bewezen. Twitteraars kunnen immers alle antwoorden al zien voordat ze zelf antwoord geven. En doordat ze elkaar beïnvloeden, slaat het experiment statistisch gezien helemaal nergens op.
Toch kan ikzelf niet wachten op het eerste wetenschappelijk verantwoorde massa-experiment dat met Twitter wordt gedaan. Voorlopig blijf ik dus een Twitter-gelovige. En vriendjes met de prins, je weet immmers maar nooit.
Labels:
experiment,
sociaal,
twitter,
wetenschap
woensdag 22 juli 2009
Calorie-verering
Aarzelen in de supermarkt over welk bruin brood ik zal kopen en dan alleen letten op het aantal calorieën, dat deed ik zo’n 15 jaar geleden nog. Toen wist ik nog niet dat ik veel beter naar de bakker kon gaan. Daarom ben ik inmiddels gestopt met het tellen van calorieën, maar voor sommige mensen is deze energiemaat nog heilig.
Bijvoorbeeld voor mijn familielid F, die laatst vertelde dat er in voorverpakte sandwiches vaak meer calorieën zitten dan in een broodje hamburger. Ik hapte net in een smakelijk geval met komkommer en zalm en kon hem met volle mond nog net duidelijk maken dat ik dacht dat mijn broodje toch gezonder was. Ook dacht ik toen dat hij pertinente onzin uitkraamde.
Bij nader inzien heeft familielid F best een beetje gelijk. Mensen onderschatten simpelweg hoeveel calorieën er in "gezonde" sandwiches zitten. Dat schreven wetenschappers twee jaar geleden in een tijdschrift voor consumentenonderzoek. Ze vergelijken de broodjes van Subway met de hamburgers van McDonalds. Uit hun onderzoek blijkt dat mensen het aantal calorieën in een kalkoensandwich (van 12-inch) structureel veel te laag inschatten. Namelijk 33 procent te laag. Terwijl mensen bij een Big Mac veel preciezer weten hoeveel calorieën daar in zitten. Maar – en nu komt het - beide broodjes bevatten gewoon evenveel calorieën, namelijk 600!
Gelukkig verscheen er deze week in New Scientist een heel geruststellend artikel over die hele calorie-verering. Want die blijkt onterecht: het aantal calorieën dat op de verpakking staat, is soms wel 25 procent te veel! Al in de 19de eeuw berekende een Amerikaanse chemicus hoeveel energie het oplevert als je voedsel verbrandt. Hij trok daar alle poep en pies van af en bepaalde zo dat in koolhydraten 4 calorieën per gram zitten en in vet 9 calorieën per gram. Zijn methode is wereldwijd geaccepteerd, terwijl voedingsdeskundigen stiekem allang weten dat we voedsel helemaal niet verbranden, maar verteren. En dan gaat het ineens om hele andere energieën. Zo kost rauw en vezelrijk voedsel bijvoorbeeld meer energie om te verteren. Hetzelfde geldt voor eten dat kort gekookt of kort gebakken is. Daar zit dus minder calorieën in dan nu op de verpakkingen staat.
Toch is niemand van plan om de zwaar verouderde energiemaat bij te stellen, zogenaamd omdat consumenten er maar van in de war zouden raken. Dus als je nog eens iets koopt: let dan niet op het aantal calorieën dat op het label staat, want daar klopt eigenlijk helemaal niks van.
Bijvoorbeeld voor mijn familielid F, die laatst vertelde dat er in voorverpakte sandwiches vaak meer calorieën zitten dan in een broodje hamburger. Ik hapte net in een smakelijk geval met komkommer en zalm en kon hem met volle mond nog net duidelijk maken dat ik dacht dat mijn broodje toch gezonder was. Ook dacht ik toen dat hij pertinente onzin uitkraamde.
Bij nader inzien heeft familielid F best een beetje gelijk. Mensen onderschatten simpelweg hoeveel calorieën er in "gezonde" sandwiches zitten. Dat schreven wetenschappers twee jaar geleden in een tijdschrift voor consumentenonderzoek. Ze vergelijken de broodjes van Subway met de hamburgers van McDonalds. Uit hun onderzoek blijkt dat mensen het aantal calorieën in een kalkoensandwich (van 12-inch) structureel veel te laag inschatten. Namelijk 33 procent te laag. Terwijl mensen bij een Big Mac veel preciezer weten hoeveel calorieën daar in zitten. Maar – en nu komt het - beide broodjes bevatten gewoon evenveel calorieën, namelijk 600!
Gelukkig verscheen er deze week in New Scientist een heel geruststellend artikel over die hele calorie-verering. Want die blijkt onterecht: het aantal calorieën dat op de verpakking staat, is soms wel 25 procent te veel! Al in de 19de eeuw berekende een Amerikaanse chemicus hoeveel energie het oplevert als je voedsel verbrandt. Hij trok daar alle poep en pies van af en bepaalde zo dat in koolhydraten 4 calorieën per gram zitten en in vet 9 calorieën per gram. Zijn methode is wereldwijd geaccepteerd, terwijl voedingsdeskundigen stiekem allang weten dat we voedsel helemaal niet verbranden, maar verteren. En dan gaat het ineens om hele andere energieën. Zo kost rauw en vezelrijk voedsel bijvoorbeeld meer energie om te verteren. Hetzelfde geldt voor eten dat kort gekookt of kort gebakken is. Daar zit dus minder calorieën in dan nu op de verpakkingen staat.
Toch is niemand van plan om de zwaar verouderde energiemaat bij te stellen, zogenaamd omdat consumenten er maar van in de war zouden raken. Dus als je nog eens iets koopt: let dan niet op het aantal calorieën dat op het label staat, want daar klopt eigenlijk helemaal niks van.
Labels:
calorieen,
eten,
gezond,
wetenschap
woensdag 15 juli 2009
Voor altijd jong
Gisteren werd ik me ineens superbewust van iets. En als je dat overkomt, wordt dat iets ineens heel bevreemdend. Ik blijk namelijk elke ochtend iets op m’n gezicht te smeren waarvan ik niet helemaal precies weet wat het effect ervan is. Of beter gezegd: helemaal niet precies. En wat het nog erger maakt: dat doe ik ook elke avond, maar dan met een ander smeerseltje. In de vroege morgen pretendeert het m’n rimpels te verminderen en in de late avond zou het mijn huid herstellen. Maar het wetenschappelijk bewijs daarvoor kan ik nergens vinden.
Naar sommige producten wordt gelukkig wel goed onderzoek gedaan. Zo bewezen Britse wetenschappers onlangs dat de No7 Protect & Perfect Intense Beauty Serum echt je rimpels vermindert. Hetzelfde geldt voor sommige ingrediënten. Volgens Koreaanse specialisten zorgen bepaalde stofjes in aardbeien, frambozen, veenbessen en granaatappels dat je er nog heel lang fris en fruitig uit blijft zien. Maar van verreweg de meeste smeersels weten we helemaal niks. Helaas.
Gelukkig heeft de Amerikaanse Consumentenbond twee jaar geleden nog het nut van anti-rimpel crèmes doorgrond. De ondertitel van hun eindrapport luidt: Hoop in een potje verkopen. Dat klinkt alsof we enorm van gebakken lucht houden, maar uit de resultaten blijkt vooral dat er geen enkel verband is tussen de prijs van een crème en het effect ervan. Of in het ergste geval: de allerduurste Prairie crème (335 dollar voor 30 ml!) werd als een van de slechtsten beoordeeld.
Regenerist van Oil of Olaz kwam als beste uit de bus, wat in Amerika toevallig ook het meest verkochte product is (Olay heet het merk daar). Interessant, want ook in Nederland reageert iemand die een complimentje krijgt in de trant van “goh, wat zie je er toch nog jong uit” vaak met een zin als "tja, Oil of Olaz". Toch klopt zo'n reactie niet helemaal. Uit metingen van de kraaiepootjes blijkt weliswaar dat deze met gemiddeld 10 procent verminderen. Maar dat is volgens de onderzoekers - die over supergevoelige high-tech apparatuur beschikten - nauwelijks te zien met het blote oog.
Dus als je er altijd jong uit wil blijven zien, besteed er dan vooral niet te veel geld aan. Ik zeg altijd: als je maar heel hard denkt dat iets werkt, dan werkt het ook. Dat heet self-fulfilling prophecy, als ik me mijn psychologielessen goed herinner. Vanavond denk ik mezelf dus gewoon jong terwijl ik glimlachend m’n cremmetje opsmeer. Want dat blijken mensen al sinds 1918 te doen...
Naar sommige producten wordt gelukkig wel goed onderzoek gedaan. Zo bewezen Britse wetenschappers onlangs dat de No7 Protect & Perfect Intense Beauty Serum echt je rimpels vermindert. Hetzelfde geldt voor sommige ingrediënten. Volgens Koreaanse specialisten zorgen bepaalde stofjes in aardbeien, frambozen, veenbessen en granaatappels dat je er nog heel lang fris en fruitig uit blijft zien. Maar van verreweg de meeste smeersels weten we helemaal niks. Helaas.
Gelukkig heeft de Amerikaanse Consumentenbond twee jaar geleden nog het nut van anti-rimpel crèmes doorgrond. De ondertitel van hun eindrapport luidt: Hoop in een potje verkopen. Dat klinkt alsof we enorm van gebakken lucht houden, maar uit de resultaten blijkt vooral dat er geen enkel verband is tussen de prijs van een crème en het effect ervan. Of in het ergste geval: de allerduurste Prairie crème (335 dollar voor 30 ml!) werd als een van de slechtsten beoordeeld.
Regenerist van Oil of Olaz kwam als beste uit de bus, wat in Amerika toevallig ook het meest verkochte product is (Olay heet het merk daar). Interessant, want ook in Nederland reageert iemand die een complimentje krijgt in de trant van “goh, wat zie je er toch nog jong uit” vaak met een zin als "tja, Oil of Olaz". Toch klopt zo'n reactie niet helemaal. Uit metingen van de kraaiepootjes blijkt weliswaar dat deze met gemiddeld 10 procent verminderen. Maar dat is volgens de onderzoekers - die over supergevoelige high-tech apparatuur beschikten - nauwelijks te zien met het blote oog.
Dus als je er altijd jong uit wil blijven zien, besteed er dan vooral niet te veel geld aan. Ik zeg altijd: als je maar heel hard denkt dat iets werkt, dan werkt het ook. Dat heet self-fulfilling prophecy, als ik me mijn psychologielessen goed herinner. Vanavond denk ik mezelf dus gewoon jong terwijl ik glimlachend m’n cremmetje opsmeer. Want dat blijken mensen al sinds 1918 te doen...
Labels:
creme,
jong,
onderzoek,
psychologie,
schoonheid
dinsdag 14 juli 2009
Smoothies make me smile
Smoothies maken is sinds 3 dagen mijn favoriete bezigheid. Van huisgenoot M kreeg ik dit weekend namelijk een boek kado waarin staat hoe dat moet. Toen ik gisteren meneer H aan de telefoon vertelde over mijn nieuwe smoothie hobby, begreep hij me niet goed. "Is dat zo'n lachend gezichtje?" vroeg meneer H voor de zekerheid.
Op internet heb ik daarom de term smoothie opgezocht om te zien of deze inderdaad verwantschap vertoont met de term smiley, maar ik stuitte op een iets minder onschuldige betekenis. Smoothie betekent volgens Wikipedia namelijk ook: zonder lichaamshaar, ofwel een "glad" persoon. Nieuwsgierig geworden, klikte ik verder naar de internationale club van smoothie liefhebbers. Want na 3 dagen hoor ik daar zelf ook bij, dacht ik tegen beter weten in. De club bleek een stelletje naturisten die naakt blijkbaar nog niet naakt genoeg vinden.
Jammer. Want vroeger kwam ik wel eens bij een smoothie club. Die bevond zich op Amsterdam Centraal. Mijn lievelingssmoothie was eentje met noten en vijgen, de Nutty Nut. Die kun je inmiddels ook bij soortgelijke clubs in Utrecht, Leiden en Nijmegen kopen. Inmiddels reis ik niet meer zoveel met de trein, dus moet ik ze zelf maar gaan maken. Dat had huisgenoot M goed aangevoeld.
Smoothies zijn eigenlijk supergezonde drankjes, gemaakt van allerlei verschillende vruchten en yoghurt. En iedereen kan ze maken, want je gooit gewoon alles wat je lekker vindt in de blender en klaar! Bovendien kun je een beetje yoghurt, melk, sinaasappel, kiwi of mango bij elke supermarkt vinden. Maar zo eenvoudig ligt het niet, volgens mijn nieuwe receptenboek.
Mijn allereerste smoothie maakte ik afgelopen zondag voor twee personen. Huisgenoot M wreef zichzelf al in de handen dat zijn kadootje ook hem zoveel plezier zou gaan brengen. Het was de “Appel-kersentaartsmoothie” (wat een mooi woord voor scrabble, zou mijn oma in de hemel zeggen). Die variant bleek aanvankelijk het makkelijkst, omdat er nog aardbeien, appels, kersen en yoghurt in de koelkast lagen. Ook de nootmuskaat, kaneel en ijsklontjes waren in huis. Maar toch ging ik speciaal de deur uit voor 2 druppels (!) vanille-essence en karamelsiroop! Dat eerste heb ik inmiddels in huis, maar waar koop ik in vredesnaam die karamelsiroop???
Op internet heb ik daarom de term smoothie opgezocht om te zien of deze inderdaad verwantschap vertoont met de term smiley, maar ik stuitte op een iets minder onschuldige betekenis. Smoothie betekent volgens Wikipedia namelijk ook: zonder lichaamshaar, ofwel een "glad" persoon. Nieuwsgierig geworden, klikte ik verder naar de internationale club van smoothie liefhebbers. Want na 3 dagen hoor ik daar zelf ook bij, dacht ik tegen beter weten in. De club bleek een stelletje naturisten die naakt blijkbaar nog niet naakt genoeg vinden.
Jammer. Want vroeger kwam ik wel eens bij een smoothie club. Die bevond zich op Amsterdam Centraal. Mijn lievelingssmoothie was eentje met noten en vijgen, de Nutty Nut. Die kun je inmiddels ook bij soortgelijke clubs in Utrecht, Leiden en Nijmegen kopen. Inmiddels reis ik niet meer zoveel met de trein, dus moet ik ze zelf maar gaan maken. Dat had huisgenoot M goed aangevoeld.
Smoothies zijn eigenlijk supergezonde drankjes, gemaakt van allerlei verschillende vruchten en yoghurt. En iedereen kan ze maken, want je gooit gewoon alles wat je lekker vindt in de blender en klaar! Bovendien kun je een beetje yoghurt, melk, sinaasappel, kiwi of mango bij elke supermarkt vinden. Maar zo eenvoudig ligt het niet, volgens mijn nieuwe receptenboek.
Mijn allereerste smoothie maakte ik afgelopen zondag voor twee personen. Huisgenoot M wreef zichzelf al in de handen dat zijn kadootje ook hem zoveel plezier zou gaan brengen. Het was de “Appel-kersentaartsmoothie” (wat een mooi woord voor scrabble, zou mijn oma in de hemel zeggen). Die variant bleek aanvankelijk het makkelijkst, omdat er nog aardbeien, appels, kersen en yoghurt in de koelkast lagen. Ook de nootmuskaat, kaneel en ijsklontjes waren in huis. Maar toch ging ik speciaal de deur uit voor 2 druppels (!) vanille-essence en karamelsiroop! Dat eerste heb ik inmiddels in huis, maar waar koop ik in vredesnaam die karamelsiroop???
dinsdag 7 juli 2009
Mevrouw Van Hoof
Mevrouw Van Hoof. Werkelijk iedereen denkt dat ik zo heet. Nou ja, iedereen die weet dat ik pas getrouwd ben dan. Ook denkt een enkeling dat ik mijn handtekening zelfs heb aangepast aan de naam van mijn kersverse echtgenoot. In werkelijkheid heet ik nog gewoon hetzelfde als altijd. In Nederland is het namelijk zo dat je achternaam niet meer vanzelf veranderd zodra je trouwt. In plaats daarvan krijg je nu het recht om de naam van je man te gebruiken.
Maar daar blijk je wel actief achteraan te moeten. Want niemand heeft me ooit gevraagd hoe ik wilde gaan heten zodra ik een ring om had. Eigenlijk had de gemeenteambtenaar daaraan moeten denken, toen we hem kwamen zeggen dat we zo graag wilden trouwen. Op internet lees ik dat hij het formulier getiteld “Verklaring Naamgebruik” onder onze neus had kunnen schuiven. Maar daar heeft hij niet aan gedacht. Misschien omdat hij zo druk bezig was met de nieuwe Amsterdamse - volledig geautomatiseerde – ondertrouw procedure. Die had hij niet kunnen voorbereiden, omdat we per ongeluk bij het verkeerde stadsdeelkantoor zaten.
Gelukkig kan ik nu nog steeds laten weten aan de gemeente met welke achternaam ik voortaan aangeschreven wil worden. Er zijn vier namen waaruit ik kan kiezen: mevrouw Hoving of mevrouw Van Hoof. Of een combinatie: Mevrouw Hoving-Van Hoof of Mevrouw Van Hoof-Hoving. Op een van deze manieren zullen de overheid en andere instanties mij aanschrijven. En ik mag deze nieuwe naam ook gewoon op straat gebruiken. Eigenlijk overal waar ik maar wil. Behalve in officiële documenten zoals een paspoort, rijbewijs, trouwboekje en op uittreksels van de gemeente. Daar zal voor altijd en eeuwig mijn oude vertrouwde achternaam staan. Tjonge, dat is ook geen romantisch vooruitzicht.
Om eerlijk te zijn. Laat me eerst maar eens even wennen aan die trouwring. Ik heb als “vriendinnetje van” nog nooit eerder een ring gedragen en ben me daarom veel te bewust van een nieuw gewicht aan m’n getrouwde ringvinger. Die weet al een paar weken niet wat ‘m overkomt. Laat staan wat een nieuwe achternaam met mijn hele persoonlijkheid zal doen.
Bovendien wil ik met een nieuwe achternaam natuurlijk niet ineens afhankelijker, minder ambitieus en minder intelligent overkomen, zoals in 2008 uit experimenteel onderzoek van de Universiteit van Tilburg bleek. Nee, dan kun je voorlopig beter alleen een trouwring dragen. Ik heb tenminste nog nergens gelezen dat een diamant aan je hand rare reacties oproept.
Maar daar blijk je wel actief achteraan te moeten. Want niemand heeft me ooit gevraagd hoe ik wilde gaan heten zodra ik een ring om had. Eigenlijk had de gemeenteambtenaar daaraan moeten denken, toen we hem kwamen zeggen dat we zo graag wilden trouwen. Op internet lees ik dat hij het formulier getiteld “Verklaring Naamgebruik” onder onze neus had kunnen schuiven. Maar daar heeft hij niet aan gedacht. Misschien omdat hij zo druk bezig was met de nieuwe Amsterdamse - volledig geautomatiseerde – ondertrouw procedure. Die had hij niet kunnen voorbereiden, omdat we per ongeluk bij het verkeerde stadsdeelkantoor zaten.
Gelukkig kan ik nu nog steeds laten weten aan de gemeente met welke achternaam ik voortaan aangeschreven wil worden. Er zijn vier namen waaruit ik kan kiezen: mevrouw Hoving of mevrouw Van Hoof. Of een combinatie: Mevrouw Hoving-Van Hoof of Mevrouw Van Hoof-Hoving. Op een van deze manieren zullen de overheid en andere instanties mij aanschrijven. En ik mag deze nieuwe naam ook gewoon op straat gebruiken. Eigenlijk overal waar ik maar wil. Behalve in officiële documenten zoals een paspoort, rijbewijs, trouwboekje en op uittreksels van de gemeente. Daar zal voor altijd en eeuwig mijn oude vertrouwde achternaam staan. Tjonge, dat is ook geen romantisch vooruitzicht.
Om eerlijk te zijn. Laat me eerst maar eens even wennen aan die trouwring. Ik heb als “vriendinnetje van” nog nooit eerder een ring gedragen en ben me daarom veel te bewust van een nieuw gewicht aan m’n getrouwde ringvinger. Die weet al een paar weken niet wat ‘m overkomt. Laat staan wat een nieuwe achternaam met mijn hele persoonlijkheid zal doen.
Bovendien wil ik met een nieuwe achternaam natuurlijk niet ineens afhankelijker, minder ambitieus en minder intelligent overkomen, zoals in 2008 uit experimenteel onderzoek van de Universiteit van Tilburg bleek. Nee, dan kun je voorlopig beter alleen een trouwring dragen. Ik heb tenminste nog nergens gelezen dat een diamant aan je hand rare reacties oproept.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
